1. (Nieuwe) onderzoeksgroep

            2015 – 2016

          2. INTRODUCTIE

            In september 2015 is de nieuwe Onderzoeksgroep van het lectoraat Kunst Theorie & Praktijk van start gegaan. De deelnemers voor het studiejaar 2015-2016 zijn Anja Hertenberger (Interactive/Media/Design), Els Kuijpers (Grafisch Ontwerpen), Ewoud van Rijn (Beeldende Kunst), Louise Schouwenberg, Judith van IJken (Fotografie) en Joost Grootens (PhDArts). De Onderzoeksgroep staat onder voorzitterschap van Janneke Wesseling.
          3. ONDERZOEKSPROJECTEN

            Joost Grootens (PhDArts) –
            De Kaart als Instrument.

            De noodzaak om te gaan met de overvloed aan informatie waar we tegenwoordig mee geconfronteerd worden, heeft tot een nieuwe benadering van grafisch ontwerpen geleid: information design. Information design deelt de culturele ambities van grafisch ontwerpen, maar kan dat niet doen zonder expliciet de technologische en politieke context te adresseren waarin zij functioneert. Information design stelt zich tot taak om grote hoeveelheden data in heldere verhalen te synthetiseren. Dit proces vraagt om feitenonderzoek, redactie en de vertaling van data naar vormen die het mogelijk maken voor de lezer/gebruiker om de informatie te instrumentaliseren. Kaarten en atlassen zijn altijd al een dergelijk format geweest. Een belangrijke verandering vond plaats toen een aantal fundamentele aspecten van de kaart en haar grafische taal door digitale technologie van betekenis veranderden.
            De onderzoeksvraag van dit project luidt: Wat zijn in de huidige tijd de narratieve middelen van de kaart nu een aantal fundamentele noties van de kaart en haar grafische taal aan betekenis hebben verloren door technologische ontwikkelingen? En als sub-vraag: Hoe kan de kaart op papier een relevant en urgent format blijven in het informatietijdperk?


            Anja Hertenberger
            (Interactive/Media/Design) –
            Intuïtie en sensitiviteit in relatie tot soft-electronics en sensor technology.


            Anja Hertenberger houdt zich bezig met zgn. wearable technology en e-textiles. Hierbij staat de relatie tussen lichaam, technologie en omgeving centraal. In haar voorstel combineert zij theorievorming over het lichaam, beweging en de zintuigen met materiaal-technische en technologische experimenten en een verkenning van methoden ter bevordering van het lichaamsbewustzijn. Het doel is om nieuwe educatieve instrumenten te ontwikkelen voor alternatieve toepassingen van sensor technology en soft electronics in kunstpraktijken.


            Els Kuijpers
            (Grafisch Ontwerpen) –
            The politics of design: the liberating potential of communication design in post/modern times. Towards a critical methodology.


            Grafisch ontwerpen als een vorm van visuele communicatie maakt deel uit van een lange en interdisciplinaire geschiedenis van communicatie. Els Kuijpers stelt dat het gangbare onderzoek niet (genoeg) heeft geïnvesteerd in dit rijke en complexe ontwerpvertoog. Om dit tekort op te lossen zou een mentaliteitsgeschiedenis van het ontwerpen moeten worden geschreven. De inzichten die voortkomen uit deze mentaliteitsgeschiedenis zouden de voorwaarden kunnen zijn voor een ruimere ontwerpopvatting en –praktijk, door de sociaal-economische oriëntatie ervan.

            Ewoud van Rijn (Beeldende Kunst) –
            Research-Play-Ritual (extended).


            Ewoud van Rijn stelt dat spel en ritueel zoals ze in spirituele praktijken een centrale rol spelen, eveneens actieve bestanddelen zijn in de productie en presentatie van kunst. In het geval van de kunstpraktijk echter lijkt de mogelijkheid voor het publiek om deel te nemen aan de productie van kunst op het niveau van inhoud, zingeving en waarde beperkt te zijn. Dat leidt tot de onderzoeksvraag: hoe kunnen spel en ritueel voorwaarden zijn voor kunstproductie en tevens dienen als kader voor publieksparticipatie?

            Judith van IJken
            (Fotografie) –
            De invloed van de alom aanwezigheid van de eigen afbeelding op het fotografisch portret.


            Meer dan ooit worden we omringd door afbeeldingen van onszelf, stelt Judith van IJken. Met al die beelden in je hoofd weet je hoe je er vanuit verschillende hoeken uitziet. Wat is de invloed van dit (hyper)bewustzijn van de eigen afbeelding op de ontwikkeling van het fotografisch portret? Van IJken combineert sociologisch, kunsthistorisch en filosofisch literatuuronderzoek met praktisch, fotografisch experiment. Het doel is om inzicht te verwerven in de betekenis van het fotografisch portret anno 2015 en daarover in discussie te gaan met studenten.
            Anja Hertenberger, work in progress, 2016/1
          4. BIOGRAFIEEN

            Joost Grootens studeerde architectonische vormgeving aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Als grafisch ontwerper is hij autodidact. Studio Joost Grootens ontwerpt boeken over architectuur en stedelijke ruimte en is gespecialiseerd in het ontwerpen van atlassen en kaarten.
            Grootens is hoofd van de Master Information Design van de Design Academy Eindhoven. Hij heeft lesgegeven en is extern examinator geweest op verschillende instituten wereldwijd, onder meer op KADK Kopenhagen, ETH en ZHdK Zürich, écal Lausanne, ISIA Urbino, RCA Londen en ENSAD Parijs.

            Anja Hertenberger
            is een kunstenaar die onderzoek doet naar identiteit in relatie tot media, surveillance, macht, controle en man-machine interactie. Haar onderzoek neemt materiële vorm aan in interactieve installaties, performance kunst en e-textiles. Haar werken zijn internationaal tentoongesteld in Duitsland, Nederland en verscheidene andere Europese laden.
            Hertenberger is betrokken bij V2_’s E-Textile Workspace in Rotterdam. Ze is tevens een van de voortrekkers van het e-textile/wearable technology lab ‘WEtec’ dat recent op de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag is geïmplementeerd. Daarnaast doceert ze interactive design en interactive textile, cureert ze voor het Media Art Festival Friesland en heeft ze het SOFT symposium dat plaats vond op de KABK in 2014 mede georganiseerd.

            Els Kuijpers is criticus, docent en tentoonstellingsmaker in het veld visuele communicatie en cultuur. Zij ziet ontwerpen (net als schrijven) als een vorm van culturele (d.w.z. waarde-) productie, een visie die voortkomt uit de aanname dat (visuele en tekstuele) taal betekenis produceert in dynamische, sociale processen.
            Kuijpers was onder meer hoofd van het onderzoekscentrum en redacteur academische publicaties aan de Jan van Eyck Academie, Maastricht; stelde tentoonstellingen samen voor Kunsthal Rotterdam, Museum voor Communicatie, Den Haag en Van Abbemuseum, Eindhoven; gaf internationale MA workshops redactioneel ontwerpen en gaf les en lezingen aan verschillende kunst- en ontwerpscholen in Nederland en daarbuiten. Auteur van Ootje Oxenaar (010 2011), And/or extended (nai010 2013) en Strategies in communication design (Vam 2015).

            Ewoud van Rijn is beeldend kunstenaar en woont en werkt in Rotterdam. De discussie rond het einde van de kunst, die telkens weer de kop op steekt, voedt zijn werk. Dit heeft geleid tot een artistiek onderzoek naar overblijfselen van ‘dode’ culturen en spirituele (neo-pagan) tradities die opnieuw leven worden ingeblazen.

            Judith van IJken studeerde in 2001 cum laude af aan de fotografieafdeling van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Zij vervolgde haar studie aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Haar werk werd tentoongesteld in onder meer Amsterdam, Den Haag, Shanghai, New York en Boedapest. Ze combineert haar kunstpraktijk met lezingen en workshops aan kunstacademies als St Joost Masters in Breda, Parsons School of Design in New York en de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten Den Haag, waaraan ze sinds 2009 is verbonden als docent.
            Een centraal thema van Van IJkens fotografische werk is de relatie tussen individuele en sociale identiteit. In hoeverre wordt individuele identiteit bepaald door sociale context, in hoeverre is een individu in staat zijn eigen identiteit vorm te geven?